Vogels en poezen, nooit echt safe
Het zou een mooie dag worden. Ondanks de donkere berichten over de atoomcentrale in Japan. In mijn tuin was het mooi weer en voorjaar. Onze kater vond dat ook, en deponeerde in een groots gebaar het dode Roodborstje op de keukenmat, naast de pot met het gebroken vrouwe hartje. Op dat moment had ik de kat – die ooit aan was komen lopen - wel kunnen vermoorden Maar was hij wel de schuldige?
Deze slideshow heeft JavaScript nodig.
Vanmorgen lag hij dood op zijn rug op onze keukenmat. Ogenschijnlijk ongeschonden maar met stijve pootjes en dichte oogjes. Een cadeautje van onze grote dikke aanloop kater, die ooit besloot dat wij zijn nieuwe huismeesters waren en sindsdien onze tuin onveilig maakt voor alles wat maar een beetje veer heeft?
Ooit sloegen wij hem – per ongelijk - de hersens in.
Dat was in het begin, toen we elkaar nog op afstand bekeken. Behalve als er wat te smullen viel. Wij waakten op afstand vertederd over de grote zwerflobbes die steeds meer uit de hand at en dan heel lief kopjes gaf. Op een dag sprong hij op schoot en begon onze armen en handen te likken. Hoewel wij veel kat ervaring rijk waren, hadden we zoiets nog nooit mee gemaakt en waren voor goed verkocht. Ook wel omdat Rôchat, tenzij het heel erg koud was, liever buiten verbleef. Dus geen kattenbak en weinig last van haren.
In het begin van onze kennismakingsfase met de vriendelijke zwerfkater, hadden de tortelduiven nog niet helemaal door dat een indringer de tuin onveilig maakte. Uit voorzorgsmaatregel waren we al gestopt ons ontbijt met ze te delen. Veel te gevaarlijk met Rôchat in buikschuifsluiphouding verstopt tussen de bloempotten. De torteltjes waren echter al een paar jaar aan ons gewend, en hun kinds kinderen eveneens. Ze kwamen toch steeds weer kijken of er wat te pikken viel.
En zo brak de dag van het drama onvermijdelijk aan. We dronken koffie in de tuin. Plots zag ik Rôchat voorbij sjezen met het vrouwtjes duifje in zijn bek en slaakte een gil. Hem achterna zitten en in zijn nekvel grijpen lukte van geen kanten. Een kat van 8 kilo kan raar doen als je hem niet zint.
Mijn kompaan, totaal van streek door mijn gil en ontreddering, schoot zwaar gewapend te hulp. Hij zwaaide vervaarlijk met de ruige buitenbezem, rakelings langs de kat die gromde en het op een lopen zette. De held met de bezem sneed listig het pad af van het wilde roofdier, dat rechts omkeert maakte met het zichtbare plan in het struikgewas te duiken. Gek genoeg bedacht hij zich op het laatste moment en stond stokstijf zwaar grommend stil. Precies op het zelfde moment zwaaide de bezem door de lucht. Het was bedoeld als schijnbeweging. De bezem zou op de grond knallen om de kat te laten schrikken. Zo ging het dus niet. Het wapen kwam op de kop terecht. Het duifje fladderde opgelucht een boom in en ging zijn veren strijken. De kat sprong met een nare gil weg en week uit door de heg naar de buurtuin. De held met de bezem kwam ontdaan achter de struik vandaan. “Ik geloof dat ik hem nog al hard geraakt heb… op zijn kop. Nou gaat hij misschien wel dood”. We waren de rest van die middag druk met roepen en zoeken. Ik -met mijn grote kat ervaring- legde uit dat katten zich meestal verstoppen als ze ziek of gewond zijn. En het was een zwerfkat. Hij kende ons amper,.. enz…enz… Mijn kompaan werd al verdrietiger naarmate de middag verstreek. Hij was van die stomme kat gaan houden. Dat zijn nieuwe vriend onze lieve torteltjes op vrat was een grote domper op de vreugde, maar dat hij de jager misschien dood gemept had, was ondraaglijk.
Om een uur of tien ‘s avonds liep ik nog eens door de tuin. Een mooie heldere maan stond aan de sterrenhemelen en in het bleke licht zag ik opeens een donker beest langzaam de tuin in waggelen. Rôchat! Op 5 meter afstand ging hij liggen. Voorzichtig probeerde ik hem te benaderen maar elke keer deinsde hij even veel stappen achteruit.
We zijn toen maar op het vlondertje voor de keukendeur gaan zitten met een schoteltje melk en riepen om de beurt zachtjes. Rôchat bewoog zich voort alsof hij dronken was, of bijna dood. Kompaan was de wanhoop nabij. Eindelijk na meer dan een uur zat de kat op twee meter afstand, het schoteltje melk voor zijn neus waar hij voorzichtig aan begon te likken. Pas daarna konden wij hem oppakken en verzorgen. Hij had een grote jaap in zijn kop. Midden tussen de oren. Een week hebben wij hem toen verzorgd. Hij liet alles toe en lag verder voor Pampus in de serre op een kussen. Sinds dien is hij onze vaste huis en tuin genoot en volgt ons in het dagelijks leven als een hondje. Hij komt nooit meer aan een tortelduifje want hij heeft geleerd dat je daar zware migraine van krijgt.
En toch lag vanmorgen ons roodborstje dood op de keuken mat. Rôchat? Of PetitChat, dat andere leuke aanloop katje dat al maanden met Rôchat mee eet en in de serre slaapt…
Six-Fours le 26 mars 2011




[...] [Nederlands] [...]
hallo dame,
het roodborstje is een teken van de hoop.
Ook van de zelfstandigheid.
De colletie glasblazerij is indrukwekkend.
Natuurlijk veel semi-seksuele connataties, haha.
frank
Dag Frank, leuk dat je langs kwam. Wij houden van roodborstjes. Je laatste opmerking laten wij in het midden en ter appreciatie van volgende lezers. Tot een volgende keer.
[...] wil alsmaar opschoot of vlak bij ons kruipen. Dat is hij gaan doen vanaf de dag dat wij hem verzorgden na de bezemklap. Als het niet goed met hem gaat, wil hij niet alleen blijven. Het is nogal onhandig want [...]